Naar de inhoud
Het PijndossierUitleg over pijn en ontstekingsremmers

Migraine: aanval, fasen en herkenning

Migraine is meer dan hevige hoofdpijn. Een aanval kent fasen, en die fasen verklaren waarom mensen hun aanval vaak zien aankomen.

Klachten en aandoeningen Herzien op 21 juli 2026

Let op: deze pagina geeft algemene uitleg over pijn en ontstekingsremmers. Bespreek uw eigen klachten, uw medicijnen en elke verandering daarin met uw huisarts of apotheker.

Migraine wordt vaak beschreven als zware hoofdpijn, maar dat doet het beeld tekort. Het is een neurologische aandoening waarbij de hoofdpijn een van de verschijnselen is. Misselijkheid, overgevoeligheid voor licht en geluid en het onvermogen om door te gaan met gewone bezigheden horen er evengoed bij.

Een verduisterde slaapkamer met dichte gordijnen waar iemand met gesloten ogen op bed ligt.
Tijdens een aanval zoeken veel mensen een donkere, stille kamer op, omdat licht en geluid de klachten versterken.

De fasen van een aanval

Veel mensen herkennen vier fasen, al doorloopt niet iedereen ze allemaal. In de voorfase, soms een dag van tevoren, veranderen stemming, eetlust of concentratie. Daarna volgt bij een deel van de mensen een aura: tijdelijke verschijnselen van het zenuwstelsel, meestal visueel, zoals flikkeringen of een blinde vlek. Dan komt de hoofdpijnfase, vaak eenzijdig en bonzend, met misselijkheid en overgevoeligheid. Ten slotte is er de naweefase, waarin iemand nog uren tot een dag moe en traag blijft.

Fasen van een migraineaanval
FaseWat er speelt
VoorfaseVerandering in stemming, eetlust of energie
AuraTijdelijke visuele of andere verschijnselen
HoofdpijnfaseVaak eenzijdig, bonzend, met misselijkheid
NaweefaseVermoeidheid en traagheid na de pijn

Wat migraine onderscheidt van gewone hoofdpijn

Bij spanningshoofdpijn is de pijn doorgaans drukkend en aan beide zijden, en gewone bezigheden gaan meestal nog wel door. Bij migraine verergert de pijn juist bij inspanning, en de bijkomende verschijnselen zijn vaak even belastend als de pijn zelf. Dat onderscheid is het eerste waar een huisarts naar vraagt.

De rol van misselijkheid

Misselijkheid en braken maken het innemen van een tablet lastig, en dat is geen detail: een middel dat niet binnenblijft, werkt niet. Dat is een van de redenen waarom er bij deze klacht wel eens naar een andere toedieningsvorm wordt gekeken, zoals beschreven bij de zetpil als toedieningsvorm.

Aanvalsbehandeling en preventie

Er wordt onderscheid gemaakt tussen middelen voor de aanval zelf en middelen die het aantal aanvallen moeten terugdringen. Dat zijn verschillende categorieen met verschillende overwegingen, en de keuze ertussen hoort bij de huisarts of de neuroloog. De hoofdgroepen pijnstillers staan beschreven in pijnstillers vergelijken.

Een bekend risico

Bij hoofdpijn bestaat een specifiek probleem: te frequent gebruik van pijnstillers kan op termijn zelf hoofdpijn onderhouden. Dat is een van de redenen waarom artsen bij hoofdpijnklachten vragen hoeveel dagen per maand iemand iets inneemt. Wie dat aantal opschrijft, geeft de huisarts daarmee bruikbare informatie. Ook slaap speelt bij deze klacht een rol; die samenhang staat in slaap en pijn.

Een hoofdpijn die anders is dan alle vorige, die plotseling en zeer hevig begint, of die samengaat met uitval, koorts of verwardheid, hoort niet bij het gebruikelijke beeld en vraagt om snelle beoordeling.

Wat het bijhouden van aanvallen oplevert

Bij een aandoening die in aanvallen komt, is het geheugen een slechte raadgever. Een eenvoudige aantekening per aanval, met de datum, de duur, wat eraan voorafging en wat er is ingenomen, levert na een paar maanden een beeld op dat in de spreekkamer meteen bruikbaar is. Het maakt zichtbaar of het aantal aanvallen toeneemt, of er een verband is met slaap, en hoeveel dagen per maand er pijnstilling nodig was. Die laatste vraag stelt vrijwel elke arts bij hoofdpijnklachten.

Verder lezen in dit dossier